Stikstofdepositie: Is landbouw terecht de boeman?

Posted on Posted in Blog

In het kader van de impact van landbouw op biodiversiteit heeft stikstof en dan vooral ammoniak (NH3) in de laatste decennia een sleutelrol ingenomen. Depositie van ammoniak kan namelijk belangrijke verschuivingen teweeg brengen in ecosystemen via vermesting en verzuring. Uit recente analyses van de Vlaamse Milieu Maatschappij blijkt dat in 2018 ongeveer 95% van de totale ammoniakemissie afkomstig was van landbouwpraktijken, waarvan 85% afkomstig van veeteelt. Landbouw heeft dus inderdaad een grote invloed op de ammoniak- en stikstofhuishouding van onze omgeving. Toch zou het afschilderen van landbouwactiviteiten als de “grote boosdoener” nogal kort door de bocht zijn omwille van de verregaande complexiteit van het hele ammoniakverhaal.

Ammoniak en biodiversiteit

Stikstofverbindingen zoals ammoniak zijn zo belangrijk omdat de hoeveelheid stikstof in de bodem beperkt is. Om met deze beperking om te gaan hebben planten allerlei strategieën ontwikkeld. Dergelijke strategieën vergen echter energie en gaan dan ook vaak ten koste van andere eigenschappen zoals groeisnelheid etc. Wanneer de bodem via depositie verrijkt wordt met stikstof, worden deze specifieke aanpassingen overbodig en zijn andere soorten die minder goed kunnen omgaan met stikstofstress, maar meer energie hebben voor groei (brandnetel, braam, pijpenstrootje,…), opeens in het voordeel. Deze soorten nemen dan ook al snel de overhand. Verder kan ammoniak ook verzuring veroorzaken, wat de uitloging van nutriënten en het vrijkomen van zware metalen in de hand werkt. Algemeen wordt er dan ook aangenomen dat de depositie van ammoniak de soortenrijkdom verlaagt. Hierbij moeten echter wel enkele kanttekeningen worden gemaakt.

Zo is het belangrijk te duiden dat natuur geen statisch gegeven is. Natuur zal namelijk steeds gradueel veranderen tot er een evenwicht met de op dat moment heersende omstandigheden wordt bereikt. Denk bijvoorbeeld aan de typische paarse heide die ontstaan is door vroegere landbouwpraktijken waarin boeren de gronden rondom hun dorpskern systematisch verarmden. In dergelijke omstandigheden was heide de climaxvegetatie. Nu is de situatie echter anders en dus is er logischerwijs een verschuiving in de soortensamenstelling te verwachten. Op korte termijn betekent dit een verlies van soortenrijkdom, maar op langere termijn hoeft dit niet altijd zo te zijn. Dat natuur waardevol en zelfs essentieel is, staat buiten kijf, toch moet er de belangrijke, maar allerminst eenvoudige afweging gemaakt worden wanneer het wenselijk is om spontane veranderingen tegen te gaan. Zeker wanneer dit ten koste gaat van andere, even essentiële zaken zoals voedselvoorziening.

Meting en modellering

Om het effect van ammoniak en eender welke andere stof in te kunnen schatten, is het uiteraard belangrijk om goede metingen en modelleringen uit te voeren. De concentratie van ammoniak in de omgevingslucht wordt bepaald met behulp van zogenaamde ‘passive samplers’ die een membraan bevatten dat de stof absorbeert. Op basis van deze metingen wordt dan de droge depositie geschat. Dergelijke metingen zijn zeer waardevol, maar ook arbeidsintensief  en kunnen maar in beperkte aantallen uitgevoerd worden. Ze zijn op zichzelf dan ook ontoereikend om de ammoniakdepositie op een specifieke locatie nauwkeurig te bepalen. Wel kunnen zij gebruikt worden om de correctheid van modellen na te gaan. In Vlaanderen en Nederland gebruikt men momenteel een operationeel prioritaire stoffen model (OPS). Het Nederlandse RIVM heeft echter bepaald dat aan dit model een onzekerheid van maar liefst 95% verbonden is wanneer het gaat over de modellering van lokale NHx-depositie. Dit is belangrijk aangezien een goede inschatting van de lokale NH3-depositie nu net een zeer belangrijke steunpilaar is voor vergunningverlenende instanties . Uiteraard is het huidige model momenteel de best beschikbare methode en worden er continu inspanningen gedaan om deze modellen te verbeteren, maar men mag niet uit het oog verliezen dat de resultaten ervan nog steeds met de nodige voorzichtigheid behandeld moeten worden.

Evolutie binnen de landbouw

Dat stikstofdepositie vandaag nog altijd een probleem is, betekent echter niet dat er binnen de landbouw niet aan gewerkt wordt. Integendeel. Tussen het jaar 2000 en 2018 daalde de totale ammoniakemissie met 28%, grotendeels door het toepassen van emissie-reducerende technieken in de veeteelt. Door stijgende dieraantallen is de daling in ammoniakuitstoot sinds 2007 wel in snelheid afgenomen. Toch blijft de totale emissie netjes onder het Europees bepaalde emissieplafond (NEC-richtlijn). De landbouwsector zit dus nog steeds op koers om de Europese doelstellingen van 2050 te halen. Het ontbreekt de sector dan ook zeker niet aan ‘goodwill’ om in te zetten op een duurzamere manier van werken. Dit leeft bijvoorbeeld sterk in de nieuwe generatie jonge boeren die onze voedselvoorziening in de toekomst veilig zal stellen. Laat het nu net die generatie zijn die door het huidige beleid nog maar weinig kansen krijgt.

Andere emissiebronnen

Een andere vorm waarin stikstof via de atmosfeer ecosystemen kan bereiken is in de vorm van stikstofoxiden (NOx). Deze verbindingen komen vrij uit verbrandingsmotoren en dragen net zoals ammoniak bij tot verzuring en vermesting van biotopen. Volgens cijfers voor het jaar 2018 zou zelfs 44 % van de totale verzurende emissies bestaan uit stikstofoxiden. Voor ammoniak bedroeg dit 41 %. Uit dezelfde cijfers blijkt ook dat NOx goed is voor 52 % van de totale stikstofemissie terwijl de overige 48 % bestond uit ammoniak. Beide stoffen hebben dus zeker een vergelijkbaar aandeel in de problematiek. Aangezien 61 % van de NOx-emissie afkomstig is van verkeer en slechts 8 % van de landbouw, mag deze laatste dan ook zeker niet gezien worden als enige bron van verzurende en vermestende emissies.

Conclusie

Het laatste woord rond de stikstofkwestie is duidelijk nog verre van gezegd. Het gaat dan ook om een zeer complexe materie waar nog heel wat wetenschappelijke onzekerheid over bestaat. Bijkomend onderzoek is dan ook essentieel. Wat dus vast staat is dat, om het probleem succesvol aan te pakken, er nog heel wat inspanningen geleverd zullen moeten worden. Zeker ook door de boer, maar evenzeer door andere sectoren en vooral ook door de overheid. Alleen een beleid dat niet met de vinger wijst, maar landbouw net onder de arm neemt en duurzame ontwikkelingen binnen de sector stimuleert, kan de nodige ruimte creëren voor zowel natuur als economische groei.  

Voor een uitgebreid overzicht van ammoniak in de (melk)veehouderij wordt verwezen naar onze studie.

De cijfers in deze tekst kunnen geraadpleegd worden via onderstaande linken:

https://www.vmm.be/publicaties/lucht-2020

https://www.rivm.nl/operationele-prioritaire-stoffen-model/modelbeschrijving/betrouwbaarheid